Dit artikel beantwoordt de vraag: Is AI-training voor werknemers wettelijk verplicht onder de EU AI Act? Lees voor de volledige juridische analyse en handhavingskaders onze centrale gids: Artikel 4 EU AI Act in onze AI-geletterdheid gids.
1. De juridische werkelijkheid: Wat staat er exact in Artikel 4?
Sinds 2 februari 2025 is Hoofdstuk I van de Europese AI-verordening (Verordening EU 2024/1689) van kracht. Daarin bevindt zich artikel 4, een bepaling die door veel organisaties aanvankelijk over het hoofd werd gezien maar verstrekkende operationele gevolgen heeft:
"Aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen nemen maatregelen om ervoor te zorgen dat hun personeel en andere personen die namens hen met de exploitatie en het gebruik van AI-systemen zijn belast, over een toereikend niveau van AI-geletterdheid beschikken, rekening houdend met hun technische kennis, ervaring, opleiding en training en de context waarin de AI-systemen moeten worden gebruikt, en rekening houdend met de personen of groepen van personen op wie de AI-systemen moeten worden gebruikt."
De wetgever legt hier een expliciete, actieve zorgplicht neer bij de werkgever. Wie personeel met AI laat werken zonder passende scholing, handelt direct in strijd met het Unierecht.
2. Waarom passieve mededelingen juridisch ontoereikend zijn
Sommige werkgevers hopen te volstaan met het publiceren van een AI-beleid op intranet of het sturen van een memo. Juridisch houdt dit geen stand bij inspecties of na incidenten:
- Geen bewijs van overdracht: Een medewerker die een beleidsdocument niet heeft gelezen of begrepen, bezit geen 'niveau van AI-geletterdheid'.
- Differentiatie naar rol vereist: De wet eist uitdrukkelijk dat rekening wordt gehouden met de context. Een HR-recruiter die Annex III wervingssystemen gebruikt, heeft diepgaandere training nodig dan een medewerker die e-mails samenvat.
- Verwijtbaarheid bij aansprakelijkheid: Bij een datalek toetst de Autoriteit Persoonsgegevens of de werkgever redelijkerwijs alles heeft gedaan om het incident te voorkomen. Het ontbreken van gerichte training leidt vrijwel automatisch tot een kwalificatie van nalatigheid.
3. Welke medewerkers moeten worden opgeleid?
De formulering "personeel belast met de exploitatie en het gebruik" omvat iedere medewerker die voor zijn werkzaamheden AI-tools inzet. Dat betekent in de praktijk:
Gebruikers van Copilot, ChatGPT of vertaaltools. Focus op data-classificatie en prompt hygiene.
Selectie- en evaluatiesystemen. Focus op Annex III hoog-risico, biaspreventie en transparantie.
Bestuurders en teamleiders. Focus op toezicht, beleidshandhaving en AI governance.
4. Conclusie: Training is een wettelijke noodzaak
AI-training is onder de EU AI Act geen vrijblijvende HR-luxe meer, maar een wettelijke compliance-eis. Organisaties die compliant willen blijven, richten een structureel opleidingsprogramma in dat wordt vastgelegd in een controleerbaar bewijsdossier van AI-geletterdheid.
Veelgestelde vragen over dit onderwerp
Vanaf welke datum geldt de scholingsplicht van artikel 4?
Artikel 4 van de EU AI Act is op 2 februari 2025 rechtstreeks in werking getreden in alle EU-lidstaten, inclusief Nederland. Er geldt geen overgangstermijn voor deze bepaling; organisaties moeten sinds die datum aantoonbaar kunnen aantonen dat hun personeel over toereikende AI-geletterdheid beschikt.
Geldt deze verplichting voor élke organisatie of alleen voor AI-ontwikkelaars?
De verplichting geldt voor zowel 'aanbieders' (providers) als 'gebruiksverantwoordelijken' (deployers). Zodra een organisatie AI-systemen inzet bij haar werkzaamheden — ongeacht of het een multinational, mkb-bedrijf, zorginstelling of overheid betreft — rust op haar de zorgplicht van artikel 4.
Volstaat het om een e-mail met beleidsregels naar medewerkers te sturen?
Nee. Artikel 4 vereist dat maatregelen worden genomen om te waarborgen dat personeel over daadwerkelijke bekwaamheid beschikt ('taking into account their technical knowledge, experience, education and training'). Een passieve e-mail toont geen bekwaamheid of begrip aan en doorstaat een inspectie niet.
Welke instantie handhaaft deze scholingsplicht in Nederland?
In Nederland wordt het toezicht gecoördineerd door de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) en de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Bij datalekken of klachten toetst de toezichthouder of de organisatie haar personeel aantoonbaar heeft geïnstrueerd.